donderdag 3 oktober 2013

Schaapjes tellen (deel twee)

Ik was de dagen nog aan het aftellen, toen het ineens zo ver was: ik zou bij Daan gaan logeren. Ik snapte er niks van en telde nòg een keer: eeeeen, teeeeee, vieeee, vij, dieeee. Ik kwam toch duidelijk een dag tekort? Afijn, geen probleem. Mama had mijn tas al ingepakt, dus ik hoefde alleen maar Minnie bij haar lurven te grijpen en me in de auto te laten zetten.
Daan stond al op de wacht met zijn mama en begon druk te zwaaien toen hij mij zag. Ik had even een uiltje geknapt in de auto, zodat ik genoeg energie zou hebben om de rest van de dag met Daan te spelen!
Gauw die boterham naar binnen, hup, en showtime! Mama wilde mij nog even op bed leggen, maar dat feest ging mooi niet door: niet weeeer een uiltje hoor! Bovendien wilde ik zeker weten dat ze weg zouden gaan, zodat ik lekker alles kon gaan doen wat thuis niet mag.
Terwijl Daan nog wel even een tukje deed, heb ik gauw -hup- papa en mama de deur uitgewerkt. "Dáááág! En niet te vroeg terugkomen he?!"
Niet lang daarna werd Daan ook wakker en zijn papa en mama namen ons mee naar de speeltuin. Tien keer zo vaak als ik tellen kan roetsjten Daan en ik van de glijbaan af, wat een lol hadden wij!
Kijk Daan! Ik roetsssssjjj!

Memi, wacht op mij!


Ik zat wel met een dilemma: hoe moest ik Daan's mama nou toch noemen? Ik noem mensen liever niet bij de naam, dat vertik ik! Stel nou toch dat ik ineens 'Daan' tegen Hugo zou zeggen? Dat zou zooo genant zijn, nee hoor, geen namen. De oplossing was er ineens. "Mama" zei Daan tegen haar en daar reageerde ze op. Waarom was ik daar zelf niet opgekomen? Zo eenvoudig, zo puur, zo delicaat. Net als een bord Italiaans eten. Ik besloot haar ook gewoon "mama" te noemen. En het werkte, want ik kreeg haar aandacht! En zo zat ik met 'papa', Daan en 'mama' aan tafel te eten. Nou ja, eten? De rest at, ik viste de stukjes vlees eruit en peuzelde die tevreden op.


Mijn moeder is mijn naam vergeten,
mijn kind weet nog niet hoe ik heet.
Hoe moet ik mij geborgen weten?

Noem mij, bevestig mijn bestaan,
laat mijn naam zijn als een keten.
Noem mij, noem mij, spreek mij aan,
o, noem mij bij mijn diepste naam.

Voor wie ik liefheb wil ik heten.


Met 'papa', 'mama' en Daan-zonder-aanhalingstekens


Daan, jij zou zo'n braaf hondje zijn! Kom je thuis ook
mijn kruimeltjes oppeuzelen?

Na het eten gingen we samen romantisch in bad. Daan koos zorgvuldig de speeltjes uit die mee mochten en samen controleerden we het waterpeil. "Er moet nog veeeeeeeeeel meer water bij!" riepen we in koor. Toen we er eenmaal inzaten, hadden we de grootste lol: Daan liet zich steeds op zijn billen vallen, waardoor het water tot het plafond spatte en de buren kwamen vragen aan 'papa' en 'mama' of zij ook een aardschok hadden gevoeld.

We waren het unaniem eens:
dat bad moet voller!

Snot, spuug, kwijl, fluim, hoedje van badschuim!

Na het bad namen we afscheid en gingen we allebei lekker slapen...
Midden in de nacht werd ik wakker met een droog strotje. "Nijntje, wil je mijn beker water even geven?" vroeg ik. Er kwam geen reactie. "Nijntje?" vroeg ik voorzichtig? "Minnie, waar is Nijntje? En waar zijn wij????" Ineens was het allemaal zo vreemd, zo donker, zo ver weg van huis. Ik moest huilen en riep mama. Gelukkig kwam al snel mijn invalmama en ze troostte mij en stelde me gerust. Ze gaf me mijn water en toen kwamen gelukkig al snel weer de schaapjes. Ik zag ze gaan, van links naar rechts sprongen ze over me heen, links, rechts, links, rechts, links....

Toen de volgende ochtend 'mama' zei dat alles op tafel stond en we konden beginnen met eten, moest ik eerlijk bekennen dat ik mijn flesje met pap al geïnhaleerd had.
Oeps!
Niet lang daarna mocht ik zelf een flesje geven, aan de geitjes in de kinderboerderij. Dat vond ik zooo leuk, o ik wilde ze maar al te graag aaien.

Kom op met die geit! Drinken maar!

Nee ik slaap niet, ik denk even na...

Terug in de auto viel ik gauw in slaap en voelde hoe Daan over mij waakte. Eenmaal 'thuis' vlogen de boterhammen naar binnen en dit keer liet ik me nog wel even op bed leggen. Niet om te slapen hoor. Nee, dat had ik al gedaan. Maar wel om Minnie te kunnen vertellen wat ik allemaal meegemaakt had. Minnie luistert altijd zo geduldig naar mij en valt me nooit in de rede. Ze klaagt ook nooit, de schat.
Niet veel later kwamen papa en mama weer terug en zo at ik met mijn mama's, papa's èn Daan weer braaf niet mijn bordje leeg.
Ons laatste momentje samen -we zaten op de bank naar Brandweerman Sam te kijken- wilde ik graag besteden om nog even met Daan te kletsen, om hem te vertellen dat ik het zo leuk had gehad met hem. Maar Daan bleek blind en doof te zijn voor mijn charmes: Brandweerman Sam had zijn volledige aandacht...
Samen spelen

Wat heeft brandweerman Sam wat ik niet heb?
Een TankAutoSpuit ja, zucht...

woensdag 2 oktober 2013

Schaapjes tellen (deel één)

Ik ben een hopper,
een eilandhopper.
Ik mag mezelf zo noemen nu ik al drie keer op een eiland ben geweest.
Mijn eerste eiland was Leezie Lanzarote, mijn tweede Djemming Djaameeeeeka en onlangs ben ik op Tropisch Texel geweest! Althans, ik vond het Tropisch: 'Tropisch' associeer ik met Tropische Stormen. Nou, stormen deed het er aardig en daar kreeg ik het gewoon warm van.
Dus Tropisch...
Ik ben dol op het eilandgevoel. "Noémi, wat is dat dan voor gevoel?" (Ja, ik voelde 'm al aankomen).
Al dat water om je heen, ik ben gèk op water, zolang het maar niet over mijn bolletje gesproeid wordt. Die wind in mijn haren, het gevoel dat de tijd er stil staat, de zilte zeelucht...
Even over dat laatste: nou vond ik het op Texel hier en daar een beetje vreemd ruiken, alsof Toffie aan de dunne was. Dat plùs afvoerputje, afgemaakt met een vleugje Muf. "Waddenlucht" noemde opa het. Ja, opa en oma waren er ook bij, en papa en mama natuurlijk. We zaten met elkaar in een leuk huisje. We hadden een upkreet gehad, oma en mama raakten niet uitgepraat over hoe groot het huisje wel niet was. Ik vond het wel meevallen, ben niet anders gewend thuis. Ik was in ieder geval blij dat ik nog niet zindelijk was, want de spurt naar de weecee had ik nooooit gehaald daar, was veel te ver weg.
Ik heb er heerlijk gespeeld in de speeltuin en de waterspeeltuin. Ik snapte eerst niet zo goed het verschil, want iedere speeltuin was in mijn ogen een waterspeeltuin, maar dat kwam waarschijnlijk doordat het zo vaak regende. Nee, niet regende, het góóóóót er! En daarna was het ineens weer over. Patsboemweg. En dan kwam de zon, die heerlijke zomerse zon, waardoor ik gelijk geen steek meer zag...
Oma, houd jij mijn ballon even vast?
Dan klauter ik nog een keer op de glijbaan!

Net als opa ben ik dol op kliederen
en knoeien met water...

Kijk oma, daaaar is die verborgen camera.
Zie je 'm?
Ik ook niet...



Summertime and the livin' is easy
Fish are jumpin' and the cotton is high


Gek op water, dus die regen vond ik helemaal niet erg hoor. En er was nog veel meer water, namelijk in het zwembad. Ik ben daar met oma en mama gaan zwemmen en ben zelfs van het glijbaantje afgeweest!
Even kijken of niemand me heeft gezien
met die gekke vleugeltjes om!


Maar het meeste water vind je natuurlijk in de zee, oooo wat was ie weer groot. Wel een beetje anders dan op 'mijn' eerste twee eilanden hoor. Het was sowieso veel kouder en ook de kleur was een beetje anders. Het was gewoon de zee van Texel en het was goed zo. Ik MOEST er natuurlijk even heenlopen, die zee die trekt! En papa trok ook, af en toe even aan mijn jasje. Daarna heb ik er heerlijke zandtaartjes gemaakt. Ik moest wel even op zoek naar de juiste ingrediënten, want alleen het allerbeste zand is goed genoeg voor mijn koekjes!
Tot slot gingen we lekker eten in de strandtent. Er waren nog meer mensen op dat idee gekomen en ik vond het erg leuk om op Bijzondere Wijze even contact met ze te zoeken. Dus zette ik mijn 'strenge-juf-blik' op, wat tot grote hilariteit leidde. Ja, ik hang graag de lolbroek uit! Na het eten rekende papa af en liepen we weer naar het huisje terug, het laatste stuk in de stortregen. Niet alleen de binnenkant, maar ook de buitenkant van mijn luier had het zwaar te verduren!
Hand in hand, naar de zeeeee!


Heeeerlijk, die wind in mijn toet!

Kom maar mee pap, ik zal je eens even laten zien
hoe je naar de zee loopt!

Hoeveel zandtaartjes wilde je bestellen?


Even sjansen met de buren...



Oh your daddy's rich and your ma is good lookin
'So hush little baby, don't you cry
 
 
Die zilte zeelucht maakt je zo slaperig, dus geregeld nam ik het er 's middags even goed van. Maar 's nachts wilde de slaap niet altijd lang blijven hangen. Eiland Texel barst van de schaapjes, maar 's nachts in mijn bedje waren ze in geen velden of wegen te bekennen. Dus zette ik mijn eigen knuffelschaapje maar aan de slag om steeds over mij heen te springen. Het arme schaap had het zwaar te verduren, maar kreeg het meestal toch voor elkaar om mij in slaap te krijgen.
Wie mij goed kent, weet dat ik niet van uitslapen houd. Zonde van mijn tijd. Helemááál op vakantie! Dus liet ik vaak vroeg van mij horen.
 

One of these mornings
You're gonna rise up singing


Op een goede morgen brachten wij een bezoekje aan Ecomare, waar de zeewoefs verblijven die niet voor zichzelf kunnen zorgen. Zou er ook een Ecomare voor mensen zijn? vroeg ik me af.
Ik keek mijn oogjes uit, ik vond ze zo lief! Het liefst wilde ik er tussen springen (ooooh, dat water trekt zo), maar ik had geen schijn van kans. Ook was er een ruimte waar de zeewoefs in kaarantenne verbleven. Twee belegen dames raakten niet uitgepraat over een zeewoef die er binnen lag: "Och, kijk dat witje nou. Wat een droppie toch. Dat is vast zo'n huiler, die door zijn moeder verlaten is." Mama beet hard op haar lip om niet in lachen uit te barsten. Het 'droppie' waar de dames over spraken, bleek een knuffelzeewoef te zijn...
Hij is niet vooruit te branden, he pap?


De mensen op Texel waren heel lief voor mij. Soms kon ik niets van ze verstaan hoor, dan dacht ik dat ik een woef hoorde blaffen, maar bleken ze iets liefs tegen mij te zeggen. Ze hadden ook van die gekke plaatjes op hun auto: bij IEDEREEN zijn die plaatjes geel, maar bij die mensen op de auto waren ze wit. Heel vreemd...
Ja, ik heb het heel fijn gehad op Texel. Met opa, die geregeld met zijn neus in zijn tebblut zat. En met oma en haar soedookoes. En met mama en haar spannende boek. En natuurlijk ook met papa, die geregeld zijn zeeslinger de lucht in liet gaan...
De zeeslinger van papa, wat gaat ie hoog!



Yeah, you'll spread your wings
And you'll take to the sky
But 'til that morning
There's nothin' can harm you
Yeah, with daddy and mammy standin' by


Gelukkig konden we het eiland niet al te snel verlaten: er waren heeeeel veel auto's, die allemaal met de boot meewilden. Ik vond het maar wat mooi, al die auto's! Wat ik al zei, vele hadden van die rare witte plaatjes erop, maar ik zag gelukkig ook wel wat gele. Terwijl wij zaten te wachten tot we de boot op mochten, werden mijn oogjes heel zwaar en sprong er ineens een hele kudde schapen voor mijn oogjes langs. En zo heb ik niet kunnen zien hoe opa en oma op hun fiets voorbij sjeesden en alsnog een boot eerder konden nemen...


Denkend aan Texel
zie ik brede Duitsers
traag door oneindige duinen gaan
rijen ondenkbaar

eindeloze auto's
als toekomstig schroot
voor de pont wachtend staan
en in de geweldige ruimte verzonken
de stolpen, de torens in een groots verband
de vlieger hangt laag
en de zon wordt er snel
door dreigende donk're wolken gestoord
en vanaf de zee in het westen
wordt het gestraal van de jagers
met hun ijzige scheuren
gevreesd en gehoord.


Met oma en mama op de hoge berg

Door die wind waait je rok steeds omhoog.
Tsja en dan slaat de kou op je blaas en moet
je wel eens hoesten he...